Gemis

Afgelopen weekend merkte ik drie keer direct het gemis. ‘Ik heb hard gerend en een trein eerder gehaald!’ schreef een vriendin. Ik voetbalde met zoonlief en merkte dat ik niet te hard achter de bal aan moest gaan. Mijn man kwam blij thuis van een rondje hardlopen van 10 km.

Het gemis veroorzaakt door een te zwakke bekkenbodem. Het gemis van een uur of meer met alleen mezelf en mijn zwaarder wordende ademhaling. Het gemis van gewoon kunnen doen, zonder na te denken.

En dat staat nog los van het gemis van zaken die ik niet (meer) mee zal maken. Moeders die met hun baby in de wagen hun lange duurlopen liepen. Heerlijk leek me dat. Het is mij nooit gelukt. Drie jaar aan hardlooprondjes met mijn vader, die zelf steeds ouder wordt en waarmee ik naar alle waarschijnlijkheid nooit meer ons 8-km-rondje in het bos zal kunnen lopen. Voluit mee kunnen doen met de peutergym. Zonder nadenken zoonlief in de rugdrager achterop hijsen en op pad gaan.

Ik laat het verdriet niet vaak toe. Omdat er (veel) ergere dingen zijn op de wereld – ik kan gewoon wandelen, ik kan 12 km fietsen naar werken, ik ben niet ziek, er is hier geen oorlog, etc. Maar ook omdat ik nog altijd hoop heb dat dit voorbij zal gaan. Dat het tijdelijk is. ‘Het komt wel weer goed’, ik ben me er zeer bewust van dit niet te gebruiken als mijn zoon verdriet heeft, maar op mezelf gebruik ik het blijkbaar nog wel.

Beide zijn dus eigenlijk geen goede reden om er nu geen echt verdriet van te hebben. En dus laat ik het nu even toe. Mag het er nu even zijn. En ga ik daarna weer met goede hoop verder, omdat die hoop me ook de motivatie geeft die ik nodig heb om trouw mijn oefeningen te doen – en daarmee de kans te vergroten op een einde aan dit gemis.



Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *