8.22u, zoonlief en ik zijn net door de schooldeuren naar binnen gewandeld. Jas uitdoen, tas wegzetten – eerst beker en fruit eruit halen, schoenen uit en sloffen aan.
Vaker wel dan niet is het al weer bijna half negen – het moment dat ouders de klas uit moeten zijn – voordat het riedeltje is afgewerkt. Onze lieve kleuter kan het allemaal prima, maar er is zo veel te zien om hem heen! Een beetje (veel) frustrerend is het soms. ‘Kom op, werk even door, dan hebben we zo nog even wat tijd in de klas samen’, denk ik dan.
Na een korte knuffel – voor ons afscheidsritueel van knuffel, kusje, liedje, high five is zelden meer tijd of aandacht – en even door het raampje naar binnen gluren, loop ik weer naar buiten. De afgelopen weken liep ik daarna de kleine anderhalve kilometer naar huis.
En dan merk ik hoe moeilijk het is om te doen wat mijn zoon deed daar in de schoolgang: echt zien en merken en voelen wat er om je heen gebeurt. In mijn hoofd ben ik al weer bij mijn werk, bij de was, bij de boodschappen of dat ene appje.
Terwijl er zo veel te zien is om me heen. Ik probeer het ook te zien en te voelen en er te zijn, en dat blijft knap lastig. Gelukkig kan ik meerdere ochtenden per week de theorie in de praktijk gebracht zien worden.
Leave a Reply